27. Verboden handelingen en straffen
De onderverdeling van de overtredingen in vier groepen is bedoeld als
richtlijn voor een algeheel beter begrip van de strafmaat, behorend bij de
uitgevoerde verboden handeling.
- Straffen kunnen niet worden opgeteld. Elke straf moet naar eigen waarde
gegeven worden. Met het opleggen van een tweede of verdere straf, vervalt
automatisch elke vorige straf.
- Als een deelnemer reeds is gestraft, moeten alle verdere straffen voor die
deelnemer altijd tenminste een graad hoger zijn dan de al opgelegde straf.
Als de scheidsrechter een straf oplegt moet hij, indien dit noodzakelijk is,
met een eenvoudige handeling de reden van de straf aangeven.
Zolang de uitslag nog niet bekend is gemaakt, kan na de aankondiging
"sore-made" een straf opgelegd worden voor een verboden handeling,
toegepast in de voor de wedstrijd toegestane tijd of, in uitzonderlijke
gevallen, voor ernstige overtredingen begaan na het eindsignaal van de
wedstrijd.
Verboden handelingen en overeenkomstige straffen:
- "SHIDO" wordt gegeven aan een deelnemer die een lichte
overtreding begaat:
-
Negatief Judo
- Opzettelijk vermijden de tegenstander vast te pakken om
wedstrijdhandelingen te voorkomen.
- In staande positie een bovenmatige defensieve houding aannemen, in het
algemeen meer dan 5 seconden.
- De indruk geven een aanval te maken, waarbij de intentie niet aanwezig is
om de tegenstander te werpen (schijnaanval).
- Zich met beide voeten geheel op de gevarenzone bevinden, zonder een aanval
te beginnen, een aanval uit te voeren, de tegenstanders aanval over te nemen
of zich tegen de aanval te verdedigen, in het algemeen meer dan 5
seconden.
- In staande positie, uit defensieve overwegingen, voortdurend vasthouden
aan het eind van de mouw(en) van de tegenstander, in het algemeen meer dan 5
seconden of vasthouden door de mouw strak om te draaien.
- In staande positie voortdurend de vingers van de tegenstander vasthouden,
of een of beide handen in elkaar grijpen om daardoor wedstrijdhandelingen te
voorkomen, in het algemeen meer dan 5 seconden.
- Opzettelijk de eigen "judogi" in de war brengen, de band of
broek losmaken, of opnieuw vastmaken zonder toestemming van de
scheidsrechter.
- De tegenstander naar beneden trekken om in "ne-waza" te
beginnen.
- Met een of meer vingers in de mouw of onderkant van de broek van de
tegenstander grijpen.
Ongeldige pakking
- In staande positie zonder aan te vallen, in het algemeen tussen 3 en 5
seconden, geen gebruik maken van een "geldige" pakking.
Niet Aanvallen
- In staande positie, na "kumi-kata" (pakking) gemaakt te hebben,
niet aanvallen.
Diversen
- Het in staande positie met een of beide handen vastpakken van voet(en),
been (benen) of broekspijp(en) van de tegenstander, tenzij tegelijkertijd
getracht wordt een werptechniek toe te passen.
- Het eind van de band of een slip van de jas om enig lichaamsdeel van de
tegenstander draaien.
- De 'judogi" in de mond nemen.
- Een hand, arm, voet of been direct op het gezicht van de tegenstander
plaatsen.
- Een voet of been in band, kraag of revers van de tegenstander plaatsen.
- "CHUI" wordt gegeven aan een deelnemer die een matige
overtreding begaat (of aan een deelnemer die reeds met "shido"
bestraft was en die opnieuw een lichte overtreding begaat):
- Het toepassen van "shime-waza" door het gebruik van een slip van
de kimono of de band of door alleen gebruik te maken van de vingers.
- Een beenschaar ("dojime" = een schaarbeweging met gekruiste
voeten, waarbij de benen uitgestrekt worden) toepassen op romp. hals of
hoofd van de tegenstander.
- Met knie of voet tegen hand of arm van de tegenstander schoppen, opdat
deze loslaat.
- De vingers van de tegenstander naar achteren buigen om de greep van de
tegenstander te verbreken.
- Vanuit "tachi-waza" of "ne-waza" buiten de
gevechtsruimte gaan, of de tegenstander buiten de gevechtsruimte duwen.
- "KEIKOKU" wordt gegeven aan een deelnemer die een ernstige
overtreding begaat(of aan een deelnemer die reeds met "chui"
bestraft was en die opnieuw een lichte of matige overtreding begaat):
- Trachten de tegenstander te werpen met "kawazu-gake" (hierbij
slaat men een been om het been van de tegenstander, met het gezicht ongeveer
in dezelfde richting als dat van de tegenstander en valt achterwaarts op de
tegenstander).
- "Kansetsu-waza" toepassen op een andere plaats dan op het
ellebooggewricht.
- Een tegenstander die op de mat ligt optillen, om hem daarna weer op de mat
te werpen.
- Het standbeen van de tegenstander aan de binnenkant wegvegen, terwijl de
tegenstander een techniek als bijvoorbeeld "harai-goshi" uitvoert.
- Geen acht slaan op de aanwijzingen van de scheidsrechter.
- Tijdens de wedstrijd onnodig roepen, opmerkingen of gebaren maken, met de
bedoeling de tegenstander of de scheidsrechter te kleineren.
- "HANSOKU-MAKE" wordt gegeven aan een deelnemer die een zeer
ernstige overtreding begaat (of aan een deelnemer die reeds met
"keikoku" was bestraft en opnieuw een overtreding begaat):
- Een handeling verrichten die de tegenstander kan verwonden aan de hals- of
nekwervels of handelingen die in strijd kan zijn met de geest van de
judosport.
- Direct naar de mat vallen, terwijl een techniek of een poging tot techniek
zoals "waki-gatame" wordt toegepast.
- Het eerst met het hoofd naar de mat "duiken" bij het voorover en
naar beneden buigen in de uitvoering of de poging tot uitvoering van
technieken als "uchi-mata", harai-goshi', etcetera.
- Opzettelijk achterovervallen van een deelnemer, terwijl de andere
deelnemer zich van achteren aan hem vastklemt en een van de deelnemers de
beweging van de andere onder controle heeft.
- Harde of metalen voorwerpen (bedekt of onbedekt) dragen.
Bijlage 27. Verboden handelingen en straffen
De hoofdscheidsrechter en hoekscheidsrechters hebben het recht straffen op te
leggen afhankelijk van de "intentie", de situatie en het belang van de
sport.
Als een scheidsrechter besluit de deelnemer(s) te bestraffen (behalve in het
geval "sonomama" in "ne-waza") stopt hij tijdelijk de
wedstrijd, laat de deelnemers terugkeren naar hun beginposities en kondigt de
straf aan, daarbij wijzend naar de deelnemer(s) die de verboden handelingen
uitvoerde(n).
- Alvorens "hansoku-make" te geven moet de hoofdscheidsrechter
overleggen met de hoekscheidsrechters en een beslissing nemen volgens de
meerderheidsregel.
- Hij legt de schuldige deelnemer de straf op, kondigt daarna
"sore-made" aan en wijst de winnaar op de gebruikelijke wijze aan.
Indien beide deelnemers gelijktijdig de regels overtreden moet ieder een
straf krijgen in overeenstemming met de graad van de overtreding. Als beide
deelnemers reeds zijn gestraft met "keikoku" en vervolgens elke
deelnemer nog een straf krijgt, moet aan beiden "hansoku-make"
verklaard worden. De scheidsrechters kunnen echter hun definitieve beslissing
hierover nemen volgens Artikel 30 - situaties die niet onder de regels vallen.
De bestraffing in "ne-waza" moet op dezelfde wijze geschieden als
in "osaekomi".
Als een deelnemer zijn tegenstander niet volgens Artikel 16 omlaag trekt in
"ne-waza" en zijn tegenstander maakt hiervan geen gebruik om door te
gaan in "ne-waza", kondigt de scheidsrechter "matte" aan,
stopt tijdelijk de wedstrijd en bestraft de deelnemer die Artikel 16 heeft
overtreden met "shido".
- Ad10 "Ongeldige pakking"
- Bij een "geldige" pakking houdt de deelnemer in het algemeen met
de linkerhand een deel van de rechterzijde van de jas van de tegenstander
boven de band vast en met de rechterhand een deel van de linkerzijde van de
jas van de tegenstander boven de band vast. De hoge pakking in de kraag van
de tegenstander wordt als "geldig" beschouwd, zelfs als de hand
een tegenovergesteld deel van de jas, zoals genoemd bij een
"geldige" pakking, vasthoudt, onder voorwaarde dat men ervoor
zorgt dat deze hand daarbij achter het hoofd van de tegenstander langs gaat.
Een deelnemer moet niet bestraft worden voor "ongeldige" pakking
als deze situatie ontstaat doordat de tegenstander met zijn hoofd onder de
vasthoudende armen door "duikt". Als een deelnemer voortdurend op
deze wijze "duikt", moet de scheidsrechter dit aanmerken als het
aannemen van een "bovenmatig defensieve houding.
- Ad11 "Niet Aanvallen":
- Er is sprake van "niet aanvallen" van een of beide deelnemers,
indien er gedurende een periode van ongeveer 25 seconden geen aanval
plaatsvindt. "Niet aanvallen" mag niet gestraft worden, indien het
de scheidsrechter duidelijk is dat de deelnemer echt probeert een
mogelijkheid te scheppen om een aanval te kunnen plaatsen.
- Ad13 De handeling "draaien om" betekent dat de band of de jas
een hele omwikkeling veroorzaakt.
- Het gebruik van de band of de jas als een "anker" voor de
pakking (zonder omwikkeling), zogezegd om de arm van de tegenstander te
vangen, behoort niet bestraft te worden.
"Hansoku-make". Als een deelnemer direct gestraft wordt met
"hansoku-make", dus niet in de opgetelde vorm, wordt hem niet
toegestaan aan het traject van de vervolgwedstrijden deel te nemen.
Copyright © 2000-2001 by Harro van der Heijden, NL. All Rights Reserved.